Ambulancezorg
A0Directe inzet van een hoogcomplexe ambulance-eenheid met de grootst mogelijke spoed.
A1Directe inzet met spoed.
A2Zo spoedig mogelijke inzet.
B1Planbare, hoogcomplexe ambulancezorg.
B2Planbare laag- of middencomplexe ambulancezorg.
C1/C2Meldkamerzorg zonder reguliere ambulance-inzet: doorverwijzing of zelfzorgadvies.
Brandweer & crisisbeheersing
P1Hoogste brandweerprioriteit. De meldkamer bepaalt de wijze van aanrijden volgens de geldende richtlijnen.
P2Lagere spoed dan P1. De concrete inzet en wijze van aanrijden hangen af van de melding en regionale afspraken.
GRIP 1Multidisciplinaire coördinatie op de incidentlocatie, met een CoPI.
GRIP 2Ook coördinatie van effecten buiten de directe incidentlocatie.
GRIP 4Incident of crisis van meer dan plaatselijke betekenis binnen één veiligheidsregio.
GRIP 5Bovenregionale crisis waarbij meerdere veiligheidsregio’s betrokken zijn. Het bevoegd gezag wordt niet automatisch aan het Rijk overgedragen.